Daar stonden we dan, fotograaf Jacqueline en ik, op de stoep van onze stamkroeg. Het was week 6 in coronatijd. Allebei zonder werk en inmiddels flink geïrriteerd van het geforceerde thuisblijven. De zoom-yogalessen ‘lekker dubbelgevouwen onder de trap in je eigen kleine huis hiephoi’ kenden we nu wel. Net als de work-out ‘hoe maak ik een moestuin zonder tuin op het balkon tralala’. Kortom, tijd voor vertier, vonden we.

Daar stonden we dan. Voor een dichte cafédeur. ‘Wegens corona gesloten. We hopen u snel weer te kunnen ontvangen.’ Natuurlijk, konden we weten. Maar wij wilden een groot glas vrolijke wijn. Een opgemaakt bord vol geurende liefde. Een avond met tafels en stoelen en mensen en verhalen, lekker dicht tegen elkaar aan. Een avond vol slap geouwehoer, zonder rem, zonder tijd. Zonder corona en zonder anderhalve meter afstand. We misten onze cafés en restaurants, onze theaters van het leven. Maar zouden ze ons ook missen? We moesten het weten. We gingen samen een week op pad; een stoepentocht langs zeven horecaondernemers

Het is dinsdag 22 april. Ik sta op het lege perron in Amsterdam, onderweg naar de eerste afspraak. In mijn hoofd klinkt de eerste regel van een liedje van Ramses Shaffy: ‘t Is stil in Amsterdam… M’n zo rustige gemoed van de eerste coronaweken – voor het eerst in mijn leven liep het tempo van de buitenwereld eindelijk synchroon met dat van mij – was omgeslagen in een puberale staat van dwarsigheid. Zin om te los te breken. Net als vroeger een kroeg uitgeveegd te worden omdat het tijd is om te gaan, ach nog eentje dan om het af te leren en dan heus, dan ga ik echt naar huis. Ik wil me vrij voelen om te doen en te laten, te gaan en te staan. Kom, doe de deuren van de cafés en de restaurants weer open en laten we samenkomen! 

We missen jullie

“Wanneer gaan jullie eindelijk weer eens open. We missen jullie,” zeggen we als we aanschuiven op het lege terras van Pascal Beeren, hotellier van het tweesterrenrestaurant De Bokkedoorns in Overveen. Waar het anders zou bruisen van de energie, is het er nu oorverdovend stil. Jur Scheffer van Proeflokaal De Blauwe Druif uit Haarlem is ook aangeschoven. De mannen kennen elkaar goed, zowel persoonlijk als bedrijfsmatig. Het zijn gedreven horecaondernemers. Bij Pascal stroomt het horecabloed letterlijk door de aderen en Jur die al 25 jaar in het vak zit heeft ondertussen alle horecaperikelen en crisissituaties al meegemaakt én doorstaan. De coronacrisis is echt anders, deze crisis doet het licht uit en laat het doek vallen. Het gezonde theater is op last van de overheid gesloten om een ramp te voorkomen. Om levens te redden. Maar hoe zit het met de twee ‘levens’ hier op het terras?

Ze hebben allebei heus het vertrouwen deze crisis te boven te komen, maar het moet niet langer duren dan uiterlijk mei. Ze kunnen nu nog een aantal werknemers bezighouden met opknapklussen aan het terras. Er wordt ook een proefopstelling gemaakt van tafels met stoelen met voldoende tussenruimte. “Voor als we straks weer opengaan,” zegt Pascal met een grijns. Grappig, ik ging ervan uit op dit lege terras twee sombere heren aan te treffen. Niet dus.

Gesmoorde passie

Ook op de andere stoepen ontmoeten Jacqueline en ik energieke horecaondernemers: van restaurant Vooges, Italiaanse ijssalon Di Fiorentina, hotel Huize Koningsbosch, partycateringbedrijf Tocat en het Italiaanse restaurant Pepenero. Los van de financiële stress, de slapeloze nachten en het gekooide gevoel, blijven ze gepassioneerde en gedreven ondernemers. Ze hebben hart en ziel voor hun bedrijf, medewerkers, producten en het horecawerk. Hun werk niet kunnen doen betekent feitelijk dat ze hun leven niet kunnen leven. Hun passie is tijdelijk gesmoord. Zo ervaren ze de lock-down. Ze worden geconfronteerd met hoe kwetsbaar ze zijn wanneer er van buitenaf bepaald wordt dat zij hun deuren moeten sluiten. Alsof ze langzaam leegbloeden. Wat ze op eigen kracht hebben opgebouwd, zien ze voor hun ogen langzaam afbrokkelen. Ik kan me ineens ontzettend voorstellen dat het ze opstandig maakt. Ze zijn gezond en vitaal en moeten thuisblijven. Terwijl ze staan te popelen om hun deuren open te gooien. Niet alleen voor de broodnodige inkomsten en het betalen van de vaste lasten. Maar omdat het simpelweg lente is, ze snakken naar mensen op hun terras en leven in de brouwerij! De reden waarom ze ooit het horecavak zijn ingestapt.

Hartverwarmend overleven

Ed van Baar besloot zijn ijssalon Di Fiorentina na de aankondiging van de intelligente lock-down eerst een week te sluiten. Hij moest tot bezinning komen, letterlijk en figuurlijk. Hoe kon hij voorkomen dat hij zijn salon helemaal moest sluiten en zijn personeel ontslaan? Er moest een oplossing zijn. Na een week even stil te staan in de tijd deed hij zijn deuren weer open. Via linten en afstandslijnen kunnen de mensen in Heiloo nu dagelijks hun favoriete ijsje halen. Hij vindt het heerlijk deze rust, dit tempo waarop zijn bedrijf nu draait. In plaats van 30 soorten ijs, verkopen ze nu 16 soorten.

Daar waar Ed dankbaar is dat hij zijn kinderen nu wat vaker ziet, valt het horecaondernemer Rolf Vooges van Vooges Bloemendaal een stuk zwaarder. Zijn drie bedrijven zijn dicht, waarvan er een pas net was geopend. Dat gaat je niet in je koude kleren zitten. Toen half maart alle horecazaken dicht moesten, dook hij letterlijk de koelkasten en diepvriezen in: wat hebben we, wat kunnen we en hoe gaan we dit organiseren? Twee dagen later werd er door Vooges al bezorgd. Hier zit een horecaman pur sang op een onwerkelijk leeg terras.

In crisistijd leer je schakelen, de boel bijeenpakken en er voor gaan. Noem het overleven. En dat is deze ondernemers bijna allemaal eigen: niet (te lang) piepen, handen uit de mouwen; eigen broekriem ophouden of aantrekken. Het zit in het DNA. En dat het nu zwaar is, de slapeloze nachten beginnen op te breken, tja. Als ze niet zoveel steun en liefde van hun klanten en gasten zouden ontvangen in deze tijd, dan zou het pas echt zwaar zijn. Ze worden allemaal overspoeld met hartverwarmende app-berichten, kaarten, bloemen, voucher-verzoeken en zelfs vrijwillige overleefdonaties.

 Coronaproof en perspectief

We staan op de stoep van Huize Koningsbosch in Bakkum. Saskia Geraeds en Rob Redmeijer vertellen als eerste dat ze hun hoteldeuren vanaf 29 april weer kunnen openen. Ze zijn coronaproof. Als je bij hen een kamer boekt, krijgen de hotelgasten ontbijt, lunch en diner als roomservice. Ook kunnen de gasten met een lunchbox op je fiets, hup naar het strand voor een eigen picknick.

Bij partycatering Tocat in het dorp Hem zien we eerder twee overwerkte eigenaars, dan mensen die lamgelegd zijn door de virusmaatregelen. Frans ten Oever en Helen Keulen hebben het nog nooit zo druk gehad. Niet dat er meer wordt omgezet, integendeel, maar ze hebben een overleefknop aangezet en die zorgt nu 24/7 voor afhaalmaaltijden en wegbrengdaghappen. “Prut an me leerze,” zegt Frans. Dat is de titel van een lied van de in West-Friese wereldberoemde band Oộs Joộs. Die prut aan z’n laarzen zegt alles over Frans’ drive en passie: tot het gaatje zal hij gaan. Crisis of geen crisis.

Horeca, het zijn de theaters van ons leven

Aan het einde van onze stoepentocht serveren Marco Spina en zijn compagnon Daniele Lauritano ons met een grote smile de lekkerste espresso van de wereld. Halleluja! We zijn in het Amsterdamse restaurant Pepenero en voelen ineens wat we al weken vreselijk missen: frivoliteit, levenslust, plezier en samenzijn. Als ik met een beetje Italiaanse schwung mijn 2e espresso achterover sla, zegt Marco ineens: “Wij brengen ons eten nu in bakjes rond en dat is anders dan het met liefde uitserveren op het bord. We missen jullie.”

Kippenvel. Vanwege de mooie Italiaanse intonatie, maar ook gewoon omdat Marco in een zin onze hele week samenvat. Horeca gaat niet alleen over goede service en de kwaliteit van het eten en drinken. Misschien nog wel meer gaat het over liefde, passie en verbinding. Sluit je al die horecazaken in ons land, van klein tot groot en van bruine kroeg tot sterrenrestaurant, dan sluit je feitelijk de theaters van ons dagelijks leven. Dan verstomt het sociale geruis, verdwijnt het feestelijke gevoel en is het leven ontdaan van franje en kleur.

 Het doek mag open…

Het is zaterdag 25 april en ik ben op weg naar huis. De trein komt eraan en Ramses zingt nog steeds in m’n hoofd: ’t Is stil in Amsterdam… En ik zie weer het wonderschone uitzicht bij De Bokkedoorns, de gedrevenheid van Pascal die in de bloei van zijn leven nu alleen maar zijn deuren wil openen. Ik hoor de lach van Jur die deze lach nu het liefst achter zijn toog in Haarlem zou laten klinken, zijn trouwe gasten wil omhelzen en hun verhalen wil aanhoren tot in het diepst van de nacht. Ik zie de prachtige, bijna filmische inrichting van restaurant Vooges en de getemperde trots waarmee Rolf zijn verlaten keuken laat zien. ‘Hier moet gekookt worden met de verse producten van de markt,’ lijkt hij te fluisteren. Ik proef het plezier van Ed waarmee hij in deze tijd toch nog zijn heerlijke ijs verkoopt. Ik hoor de enthousiaste stemmen van Rob en Saskia die ons door hun hotelgangen en kamers rondleiden; vol kleur en smaak en waar de lentewind gelukkig weer door de kamers mag waaien. Ik zie de geëmotioneerde blik van Frans die van zijn levensdagen niet de moed zou opgeven; hij en zijn vrouw hebben hun schouders eronder gezet. Ook al missen ze het fysieke contact, niemand in de wijde omgeving van West-Friesland zal van de honger omkomen. En ik voel de liefde van Marco en Daniele voor het vak. En als het vak niet kan worden uitgeoefend dan heeft het leven niet zoveel zin.

Dit vak gaat niet over geld en roem. Als je al deze mensen ziet, hoort en voelt, dan gaat dit vak over dat wat ons leven jus geeft. Ons levenstheater. Hun levenswerk. En hun levenswerk ligt er nu heel stil bij. 

’t Is stil in Amsterdam

Ik wou

Dat ik nu eindelijk iemand tegenkwam.

Van mij mag het doek snel weer open.

 

Tekst: Mariette Zabel (Simpel schrijven)

Klik hier om fotoreportage te bekijken.